
De onregelmatige celstructuur van koudschuim verdeelt belasting over cellen van sterk uiteenlopende grootte. Grote cellen vangen het eerste deel van de druk op; kleinere cellen bieden progressief meer weerstand naarmate de indrukking toeneemt. Deze variatie zorgt voor een spreiding van de mechanische belasting over de celstructuur als geheel.
Bij polyetherschuim, met zijn uniforme celstructuur, dragen alle cellen dezelfde grootte en dezelfde mechanische belasting. Dit maakt het schuim gevoeliger voor selectieve vermoeidheid: cellen in het meest belaste gebied, het midden van het matras, gaan eerder bezwijken dan de rest, wat resulteert in plaatselijke kuilvorming.
Bij goedkoop koudschuim van lage dichtheid zijn de cellen abnormaal groot: 4 tot 6 millimeter in doorsnede. Dit wijst op een te lage SG-waarde of op productiefouten. Grote cellen hebben dunnere struts, celbalken, die sneller vermoeid raken. Bij een verse snede zijn “huilende cellen” herkenbaar: cellen die niet rond zijn maar langwerpig uitlopen, wat duidt op b- of c-kwaliteitsschuim.