Koudschuim is in principe geschikt in combinatie met vloerverwarming, maar warmte heeft op de lange termijn wel invloed op de polyurethaanstructuur. Chronisch verhoogde temperaturen versnellen de thermische afbraak van de polymeerketens, wat de veerkracht en duurzaamheid van het schuim geleidelijk vermindert.
De praktische maatregel is het gebruik van een lattenbodem als buffer tussen de vloer en het matras. Een lattenbodem met tussenruimtes creëert een luchtlaag die de warmte-overdracht van de vloer naar het matras dempt. Een matras rechtstreeks op de vloer met vloerverwarming is een combinatie die de levensduur duidelijk verkort.
De glasovergangstemperatuur van koudschuim, het punt waarop het materiaal van elastisch naar harder gedrag overgaat, ligt voor standaard HR-koudschuim ruim boven de gebruikelijke vloerverwarmingstemperaturen van 25 tot 35 graden. De mechanische eigenschappen veranderen niet acuut bij deze temperaturen, maar het cumulatieve effect over jaren is reëel.
Traagschuim is gevoeliger voor warmte dan HR-koudschuim: bij hogere temperaturen wordt traagschuim zachter, wat de ondersteuning tijdelijk verlaagt. Dit is een reversibel effect dat bij afkoeling herstelt.