Een lattenbodem is de meest geschikte ondergrond voor een koudschuim matras. De tussenruimtes tussen de latten zorgen voor ventilatie aan de onderzijde, wat vochtafvoer bevordert en de levensduur van het matras verlengt.
Twee eisen zijn daarbij van belang. Ten eerste: de tussenafstand tussen de latten mag maximaal 5 centimeter bedragen. Bij grotere tussenafstanden wordt het schuim tussen de latten geperst, wat leidt tot ongelijkmatige slijtage en verlies van tegendruk in de opgedrukte zones.
Ten tweede: de latten moeten afgeronde randen hebben. Scherpe, niet-afgeronde latten kunnen als het ware in de onderzijde van het schuim snijden, wat plaatselijke schade veroorzaakt. Dit is bij koudschuim minder een probleem dan bij polyetherschuim, maar ook koudschuim van hoge kwaliteit verdient een zorgvuldige ondergrond.
Koudschuim is soepel genoeg om dubbelgevouwen te worden verzonden zonder beschadiging. Een lattenbodem vormt daarmee nooit een risico voor het materiaal, zolang de twee genoemde eisen zijn gerespecteerd.