De reactie tussen polyol en isocyanaat bij de productie van koudschuim is sterk exotherm: er komt grote hoeveelheden energie vrij als warmte. Bij een groot schuimblok van 1,5 bij 1 bij 2 meter kan de kerntemperatuur oplopen tot 150 tot 160 graden Celsius.
Het probleem is de warmteafvoer. De buitenkant van het blok koelt snel af via contact met de omgevingslucht, maar de kern verliest warmte alleen via geleiding door het schuim. Schuim is een slechte warmtegeleider door de lucht in de cellen, wat betekent dat de hitte lang in de kern blijft.
Als de kerntemperatuur te hoog oploopt en te lang aanhoudt, treedt scorch op: de thermische afbraak van de polyurethaanmatrix in het centrum van het blok. De kern verkleurt dan van normaal geel naar oranje, bruin of zwart, en de mechanische eigenschappen zijn permanent aangetast.
Fabrikanten beheersen de kerntemperatuur via de formule-samenstelling, de blokafmetingen en de productieomgeving. Koelere omgevingstemperaturen en kleinere blokformaten verlagen het risico op scorch. De isocyanaat-index is een kritische formuleparameter: een te hoge index verhoogt de reactiewarmte en daarmee het scorchrisico.