De kwaliteit van de polyol is de meest bepalende grondstofparameter voor de duurzaamheid van koudschuim. Polyolen worden gekarakteriseerd door functionaliteit, molecuulgewicht en hydroxylwaarde. Een hogere functionaliteit, meer reactieve groepen per molecuul, geeft een dichter vernettingsnetwerk en daarmee een hogere weerstand tegen permanente vervorming.
Schuim van hoogwaardige polyolen heeft een lagere compression set: het percentage waarmee het schuim na langdurige compressie niet meer terugveert. Goed koudschuim heeft een compression set onder de 5% na gestandaardiseerde tests conform ISO 1856. Schuim van inferieure polyolen kan 15 tot 25% permanent inzakken, wat zich in de praktijk vertaalt in zichtbare kuilvorming na een paar jaar gebruik.
Een tweede effect is hydrolysebestendigheid. Koudschuim van lage polyolkwaliteit is gevoeliger voor afbraak door vocht. Water verbreekt de urethaan-bindingen in de polymeerketens, waardoor de celstructuur verzwakt en de veerkracht afneemt.
Fabrikanten met strikte kwaliteitscontrole hanteren productietoleranties van 3 tot 5% op dichtheid en hardheid. Dit is alleen haalbaar met polyolen van hoge en consistente kwaliteit. Bij leveranciers met toleranties van 8% of meer wijst dit vaak op polyolen van wisselende kwaliteit.