De ecologische winst van bio-based polyolen in koudschuim zit primair in de vervanging van fossiele grondstoffen. Bij een aandeel van 20 tot 30 procent bio-based polyol wordt de afhankelijkheid van aardolie met eenzelfde percentage gereduceerd.
De praktische winst is daarmee beperkt maar reëel. Een matras van 10 kilogram schuim met 25 procent bio-based polyol vervangt circa 2,5 kilogram fossiele grondstoffen door plantaardige oliën. Over de levensduur van een matras, tien tot veertien jaar bij HR 55 of hoger, is de koolstofvoetafdruk lager dan bij volledig petrochemisch schuim.
Plantaardige oliën zoals ricinusolie zijn echter niet automatisch duurzaam: teelt, transport en verwerking hebben hun eigen ecologische impact. Een volledige levenscyclusanalyse is noodzakelijk om de werkelijke ecologische balans te beoordelen.
De term “biologisch koudschuim” is misleidend: biologisch als in biologisch gecertificeerde landbouw is een andere categorie dan bio-based. Er bestaat geen biologisch gecertificeerd koudschuim in de gangbare betekenis van het woord. Een aardolie-gebaseerd product met 20 procent plantaardige olie blijft een overwegend petrochemisch product.