De CLD-test, Compression Load Deflection conform ISO 3386, en de ILD-test, Indentation Load Deflection conform ISO 2439, meten beide de hardheid van schuim maar via verschillende methoden.
CLD meet de kracht per oppervlakte-eenheid, in kPa, die nodig is om een schuimmonster tot een bepaald percentage van zijn dikte te comprimeren. Het monster wordt gelijkmatig samengedrukt over zijn gehele oppervlak. Dit geeft de materiaalspecifieke hardheid onafhankelijk van monstergrootte.
ILD meet de kracht in Newton die nodig is om een indrukker van gestandaardiseerde diameter, doorgaans 323 cm², het schuim tot 40 of 65 procent van zijn dikte in te drukken. De N-waarde die op matrassenspecificaties staat, wordt afgeleid van de ILD-test.
Het verschil in praktisch gebruik: CLD is beter geschikt voor vergelijking van materiaaleigenschappen ongeacht de geometrie van het eindproduct. ILD is meer representatief voor de gebruikservaring in een matras, omdat de indrukker de lokale belasting door een lichaamszone benadert.
De SAG-factor, de verhouding tussen ILD bij 65% en ILD bij 25%, is de meest informatieve ergonomische parameter omdat het de progressiviteit van de indrukkingsweerstand weergeeft.