Bio-based polyolen worden gewonnen uit plantaardige oliën, waaronder ricinusolie, sojaolie en zonnebloemolie. Ze vervangen een deel van de fossiele polyol in de schuimformule. Bekende toepassingen zijn Naturalis van Carpenter Co., op basis van ricinusolie, en Nawaro, een Duits product op basis van plantaardige oliën.
Bij een aandeel van 15 tot 30 procent bio-based polyol zijn de mechanische eigenschappen, veerkracht, SAG-factor, permanente vervorming en levensduur, nagenoeg gelijkwaardig aan volledig petrochemisch schuim. De meeste commerciële bio-based koudschuimproducten bevinden zich in dit bereik.
Bij een aandeel boven 30 procent treden mechanische problemen op: de celstructuur wordt onstabiel, de SAG-factor daalt en de levensduur vermindert. Marketingclaims over “volledig biobased” of “natuurlijk” koudschuim zijn daarmee technisch onjuist: het aandeel is altijd beperkt en het product blijft overwegend petrochemisch.
De ecologische winst van bio-based polyolen zit primair in de reductie van fossiele grondstoffen, niet in verbetering van de mechanische prestaties.